Uit overzichten komt naar voren dat een groot aantal “van Katwijk’s” lid waren van het zakkendragersgilde. Hieronder een overzicht van de geregistreerde familieleden overgenomen uit de door Chris van der Tuijn opgestelde lijst. Alle overgenomen namen zijn aangevuld met data van doop/geboorte-, huwelijks- en begraven/overlijden aktes die zijn terug te vinden in SchiedamGEN.
In sommige gevallen wordt in aktes of documenten “Katwijk” als “Catwijk” geschreven. In deze lijst heb ik gekozen om de naam “Katwijk” aan te houden.
-
- Antony (Antonij) van Katwijk, zoon van Willem van Katwijk en Lijsbet Anthonijsdr Feteris is gedoopt op 22 februari 1733 te Schiedam en begraven op 17 augustus 1770 te Schiedam. Anthonij is op 10 april 1751 te Schiedam getrouwd met Neeltje Pietersdr van Rijs en kregen acht kinderen. Neeltje is gedoopt op 17 mei 1728 te Poortugaal en is overleden op een onbekende datum, hoogstwaarschijnlijk in Schiedam.
Anthonij is zakkendrager in de periode 1758. - Dirk van Katwijk, zoon van Dirk van Katwijk en Clasijntje Pietersdr Scheurkogel is gedoopt op 29-12-1734 te Schiedam en begraven op 31-12-1808 te Schiedam. Dirk is getrouwd op 27 april 1765 te Schiedam met Maria Jongbloed en kregen zes kinderen. Maria is omstreeks 1744 geboren in Opijnen en overleden op 15 januari 1811 te Schiedam.
Dirk is zakkendrager in de periode 1748. - Dirk van Katwijk, zoon van Pieter van Katwijk en Anna Maria de Vrij is gedoopt op 13 april 1749 te Schiedam en begraven op 3 januari 1809 te Schiedam. Dirk is op 17 juni 1774 te Schiedam getrouwd met Jannetje de Jong en kregen negen kinderen. Jannetje is gedoopt op 19 november 1751 te Schiedam en is overleden op 10 november 1791 te Schiedam.
Op 5 mei 1792 te Schiedam hertrouwd Dirk met Jannetje Groen en kregen één kind.
Jannetje is gedoopt op 4 mei 1753 te Schiedam en overleden op 16 april 1829 te Schiedam.
Dirk is zakkendrager (hoofdman) in de periode 1747. - Dirk van Katwijk; Zakkendrager in de periode 1767 (Kan de vorige Dirk zijn?).
- Teunis van Katwijk, zoon van Dirk van Katwijk en Clasijntje Pietersdr Scheurkogel is gedoopt op 24 januari 1737 te Schiedam en overleden op 6 januari 1805 te Schiedam. Teunis is op 27 maart 1762 te Schiedam getrouwd met Elizabeth Ruijl en kregen negen kinderen. Elizabeth is gedoopt op 29 jan 1738 te Schiedam en overleden op 10 juni 1814 te Schiedam.
Teunis is zakkendrager in de periode 1763. - Cornelis van Katwijk, zoon van Teunis van Katwijk en Elizabeth Ruij is gedoopt op 8 juni 1766 te Schiedam en overleden op 25 januari 1832 te Schiedam. Cornelis is op 1 september 1787 te Schiedam getrouwd met Pieternelletje Verbokkem (of Verbokking) en kregen vier kinderen. Pieternelletje is gedoopt op 29 juli 1764 te Schiedam en overleden op 31 juli 1805 te Schiedam.
Op 14 december 1806 te Schiedam hertrouwd Cornelis met Neeltje Groen (in akte Mik genoemd), weduwe van Maarten Bakker. Neeltje Groen is gedoopt op 9 februari 1764 te Vlaardingen en overleden op 11 januari 1836.
Cornelis woonde ten tijde van overlijden in de Breestraat te Schiedam. - Dirk van Katwijk, zoon van Hendrik van Katwijk en Trijntje van Alphen is gedoopt op 4 augustus 1758 te Schiedam en overleden op 26 november 1829 te Schiedam. Dirk is op 21 april 1787 te Schiedam getrouwd met Jannetje Plooij en kregen tien kinderen. Jannetje is gedoopt op 15 februari 1758 te Schiedam en overleden op 12 maart 1847 te Schiedam.
- Dirk van Katwijk, zoon van Jan van Katwijk en Annetje Dirksdr Centhoff is gedoopt op 11 juli 1698 Schiedam en bedraven op 10 november 1772 te Schiedam. Dirk is op 21 mei 1719 te Schiedam getrouwd met Clasijntje Pietersdr Scheurkogel en kregen 11 kinderen. Clasijntje Pietersdr is gedoopt op 21 oktober 1696 te Schiedam en overleden op 16 april 1773 te Schiedam.
- Elias van Katwijk, zoon van Dirk van Katwijk en Clasijntje Pietersdr Scheurkogel is gedoopt op 5 oktober 1738 te Schiedam en overleden op 8 november 1780 te Schiedam.
- Cornelis van Katwijk; Gedoopt op 26 juli 1767 te Schiedam.
- Hendrik van Katwijk, zoon van Dilk van Katwijk en Clasijntje Pietersdr Scheurkogel is gedoopt op op 24 maart 1730 te Schiedam en overleden op 31 december 1785 te Schiedam.
Hendrik is zakkendrager in de periode 1755. - Jan van Katwijk, zoon van Willem van Katwijk en Jannetje Oranje is geboren op 14 juni 1816 te Schiedam en overleden op 19 oktober 1857 op een oorlogsschip liggende in het Engelse Kanaal. Jan was niet getrouwd.
- Jan van Katwijk, zoon van Joris van Katwijk en Wilhelmina van den Broek is geboren op 24 september 1816 te Schiedam en overleden op 18 april 1872 te Schiedam. Jan is op 30 november 1843 te Schiedam getrouwd met Maria van Zijl. en kregen 1 kind. Maria is geboren op 4 maart 1823 te Utrecht en overleden op 4 juni 1845.
Jan is op 24 november 1852 te Schiedam hertrouwd met Anna van der Hoeven en kregen 8 kinderen. Anna is geboren op 17 april 1831 te Schiedam en overleden op 14 oktober 1877. - Jan van Katwijk; Geboren op 21 oktober 1816 te Schiedam. Overleden op 10 december 1857 te Schiedam.
- Jan van Katwijk; leefde in 1778 te Schiedam.
- Pieter van Katwijk; leefde in 1791 te Schiedam.
- Willem van Katwijk Junior; leefde in 1786 te Schiedam.
- Willem van Katwijk, zoon van Willem van Katwijk en Lijsbet Anthonijsdr Feteris is gedoopt op 3 juli 1735 te Schiedam en overleden op 22 oktober 1798 te Schiedam. Willem is op 5 april 1755 te Schiedam getrouwd met Maria Jacoba Maartje van der Blom en kregen 9 kinderen. Maria is gedoopt op 30 januari 1732 te Schiedam en overleden op 24 juli 1815 te Schiedam.
- Antony (Antonij) van Katwijk, zoon van Willem van Katwijk en Lijsbet Anthonijsdr Feteris is gedoopt op 22 februari 1733 te Schiedam en begraven op 17 augustus 1770 te Schiedam. Anthonij is op 10 april 1751 te Schiedam getrouwd met Neeltje Pietersdr van Rijs en kregen acht kinderen. Neeltje is gedoopt op 17 mei 1728 te Poortugaal en is overleden op een onbekende datum, hoogstwaarschijnlijk in Schiedam.
Bron: Ons Voorgeslacht
Hoe het begon
Al rond 1250 moeten er dragers in Schiedam geweest zijn. Zij droegen goederen van het ene schip naar het andere. Over de net gelegde dam in de Schie. Deze dragers organiseerden zich een eeuw later in een gilde. De juiste datum is niet bekend. Deze zal vergelijkbaar zijn met andere havensteden en in ieder geval voor 1465 liggen. Toen was namelijk de eerste vermelding van het Anthoniusgilde in het Keurboek van Schiedam.
In Nederland had Dordrecht het oudste dragersgilde. De Mazelaars beschikten ergens in 1300 al over een gildehuis. Vele andere steden kregen ook een gildehuis voor de zakkendragers. Bijvoorbeeld Delfshaven in 1653 en Schiedam in 1699 dat in 1725 volledig werd herbouwd. Dat staat er nu nog steeds in dezelfde vorm en wordt als monument beschermd.
Hoe het verder ging (tot 1795)
In de vijftiende eeuw wordt het dragersgilde genoemd. Dan als oudste en belangrijkste gilde van Schiedam. Vanuit de St. Janskerk werden ieder jaar meerdere processies gelopen. Alle ongeveer 20 gilden liepen daar in een vaste volgorde in mee. Het St. Anthoniusgilde der Zakkendragers liep altijd voorop.
In 1486 verbiedt de stad Schiedam het dragen van goederen tegen betaling. Alleen burgers die lid zijn van het dragersgilde mochten dat nog.
Het aantal leden kende een maximum. In de hoogtijdagen was dat ongeveer 100 man. Pas als een lid stopte of overleed, kon een nieuw lid toetreden. Die moest wel al minimaal een jaar nooddrager (invaller als er veel werk was) zijn.
Het loon
De stad Schiedam regelde ook het dragersloon. Dit lag vast in een ordonnantie. In 1577 werd dit voor het eerst heel uitvoerig en precies gedaan. De overheid bepaalde dus wat de zakkendrager mocht verdienen. Het bedrag was afhankelijk van de soort vracht en de af te leggen afstand. Als goederen werden bijvoorbeeld genoemd haring, koren, bier, wijn, kalk, hout, zout, turf, steenkolen en hennep. Niet alles ging dus in zakken, maar werd wel met “de lijve of de hals” gedragen.

Rond 1580 kwamen de zakkendragers al regelmatig in opstand tegen de lage lonen. Men staakte of vroeg meer geld dan toegestaan. Het gilde werd daarom in 1581 opgeheven. Iedereen mocht weer dragerwerk verrichten. Dit duurde tot 1 augustus 1594.
Toen kwam er een nieuwe ordonnantie met hogere lonen. Het gilde mocht na 13 jaar weer aan de slag. Met enkele tussentijdse aanpassingen, deed deze ordonnantie dienst tot 1797.

De Franse tijd (1795 – 1813)
Nederland werd in 1795 door de Fransen “bevrijd”. De Bataafse Republiek werd uitgeroepen. De Nederlandse Patriotten kregen het voor het zeggen. Zij namen uit Frankrijk veel van de patriottische ideeën over. Een daarvan was het opheffen van de gilden. Toch had men nog steeds behoefte aan georganiseerde dragers. Het in 1798 opgeheven Anthoniusgilde ging verder als een corporatie. Deze moest de “busse”, de schatkist van het gilde, blijven beheren.
In 1813 ontdeden de Nederlanden zich van het Franse juk. Nederland en België werden samen een zelfstandige staat. Het gilde werd in ere hersteld met als naam het St. Anthonius-Gilde der Zakkendragers.

Hoe het verder ging (1813 – 1940)
Dat duurde echter niet lang. Het principe van de vrije markt kreeg
toch de voorkeur. In 1820 hief Koning Willem I definitief de gilden op vanwege hun beslotenheid. De gilden moesten verder als corporatie of vereniging. Het lidmaatschap hiervan stond voor iedereen open.
Een nieuwe drager moest wel gezond van lijf en leden zijn, voor het werk geschikt, van “goed zedelijk” gedrag en tussen de 20 en 30 jaar oud. In Schiedam werd het reglement op de stadsdragers uitgevaardigd. Alle accijnsgoederen mochten uitsluitend stadsdragers lossen en dragen. Daarbij werd het oude gilde met dezelfde mensen omgezet in de Vereniging van Zakkendragers, die tevens in opdracht van “Koopluiden en Fabrikanten” andere goederen ging versjouwen.

Met het gilde verdween ook de functie van Deken, de hoogste baas binnen het zakkendragersgilde. De gemeente stelde een Commissaris der Zakkendragers aan. Die ging het werk verdelen. Een gemeentelijke Loonmaker stelde de draaglonen vast. De leden mochten het bestuur van de vereniging, bestaande uit vier hoofdlieden, uit hun midden kiezen. Het stadsbestuur moest wel eerst de kandidaten goedkeuren.
De naam St. Anthoniusgilde bleef ondanks de veranderingen tot ver na 1940 in de volksmond bestaan en stond zelfs in de jaarboeken van de stad Schiedam vermeld. Zo treffen we in 1929 in het Jaarboek Schiedam aan: Vereeniging van Zakkendragers genaamd “ST. ANTHONIUS-GILDE”. Bestuur : J. Zagwijn en J.N. van Thienen. En in 1929, 1934 en 1941 in het Jaarboek Schiedam onder “GEBOUWEN EN INRICHTINGEN VAN ALGEMEENEN AARD, d. Ten dienste van Handel, Nijverheid en Verkeer”: Zakkendragershuisje, Kolk (Schie); eigendom der corporatie, welke oudtijds den naam van St. Anthoniusgilde heeft gedragen en nog altijd zoo genoemd wordt, maar nu eigenlijk Compagnieschap der Zakkendragers heet.
Jeneverstad Schiedam
In de 17e eeuw werd Schiedam een jeneverstad in plaats van een vissersplaats. Het gilde draagt dan hoofdzakelijk nog graan en kolen, maar is verplicht alle soorten goederen te dragen. Graan werd in grote hoeveelheden voor de branderijen aangevoerd.
Dobbelen om werk
Er moesten dagelijks een of meer schepen gelost worden. De Gildemeester en later de Commissaris luidde dan telkens de klok van het Zakkendragershuisje. Ook keerde hij een zandloper om. De zandloper liep precies zeven minuten. Na die zeven minuten ging de deur van het Zakkendragershuisje dicht. Wie dan binnen was, kon meedingen naar het werk. En werk betekende toen brood op de plank. De voorman bepaalde hoeveel man hij voor het werk nodig had.
Meedingen ging door dobbelstenen te gooien. Dat moest zo eerlijk mogelijk gebeuren. Zonder handigheidjes. Het werpen ging in een trechter met een bak eronder. Smakken heette dat. De dragers die de hoogste ogen gooiden, konden aan het werk. In het Zakkendragershuisje lagen de gereedschappen al klaar. De smakbak is nu nog steeds aanwezig.
Het einde van het Schiedamse Zakkendragersgilde
In 1939 stopte het Anthoniusgilde. Er was te weinig werk. Bovendien waren er nog maar zeven leden. Ook in andere steden hielden zakkendragersgilden op te bestaan. Zoals in Maassluis (1940), Delfshaven (1943) en Dordrecht (1950).
In 1943 werd een deel van de gereedschappen verkocht. Een ander deel staat in het Stedelijk Museum en het Jenevermuseum van Schiedam. Het zakkendragershuisje werd eigendom van de Gemeente.
Bron: Anthonisgilde






