Verklaringen van familienamen

Onderzoek naar de eerste persoon die de betreffende familienaam kreeg, aannam of ging dragen geeft vaak richtlijnen naar de verklaring van de betreffende familienaam.
Bij het verklaren van een familienaam kan men een volgende indeling gebruiken.

  • Afstammingsnamen: Namen die een familierelatie aangeven. Het meest komt de relatie met de vader voor ‘zoon van’, wat te zien is aan de uitgangen van de namen zoals Elsing, Jansen, Halbersma, Klaasen, Willemsen, e.d.
  • Herkomstnamen: Namen die de herkomst weergeven zoals Engelsman, Van Barrefelt (uit Barneveld), Van der Heijden, Van Noorwegen, Vriesman (hij uit Friesland), De Zeeuw (hij uit Zeeland), Vlaanderen, e.d.
  • Adresnamen: Namen die de plaats of plek weergeven waar degene woonde die hem de naam werd gegeven zoals Van de Hoek, Van der Veen, van boerderijnamen zoals Groenesteijn, Leeuwenhorst, Remmelink, e.d.
  • Beroepsnamen: Namen ontstaan uit beroep of ambacht zoals, Bakker, Droppert (handelaar in het specerij drop), Kuiper, Schrijver, Verwer, Zeilmaker, e.d.
  • Eigenschapsnamen: Namen ontleend aan een kenmerk van degene die de naam werd gegeven welke voortkomen uit:
    • Leeftijd zoals Jong, De Jongste, Oud, Kind, e.d.
    • Lichamelijke eigenschappen zoals De Groot, De Klein, De Neus, De Reus, De Ronde, Sterk, e.d.
    • Gedrag zoals Bedroeft, Vrolijk, Plezier, Troost, e.d.
    • Bezit zoals Arm, Rijk, Rijkaart, e.d.
    • Familie zoals Zeun, Breur, Neef, e.d.
Deze indeling kan dienen als een uitgangspunt bij het ordenen van familienaam betekenissen. Onderzoek naar de eerste persoon die de betreffende familienaam kreeg, aannam of ging dragen blijkt soms de betreffende familienaam bij andere indeling te behoren. Dit komt het meest voor bij migratie en het niet “kunnende lezen ende schrijven” waardoor de inschrijvende ambtenaar niet kon laten controleren of hij de opgegeven naam juist had neergeschreven.

Toponiem
Zeer veel familienamen zijn van toponiemen (aardrijkskundige namen) afgeleid. Deze namen geven aan waar men vandaan kwam (herkomstnamen), welk gebied of landgoed men bezat of beheerde, of welke huizen men al dan niet met bijhorend land in eigendom of huur had.

Bij deze laatste groep duiden de namen tevens aan waar men woonde. (Straatnummers waren immers nog niet ingevoerd!) Dit type naam wordt dan ook wel met de term ‘adresnaam’ van de herkomstnamen onderscheiden. Herkomstnamen gaan voornamelijk terug op namen van steden, dorpen en landen; adresnamen op microtoponiemen: namen van huizen, velden, waterlopen, straten. De elite die zich naar haar bezittingen noemde, plaatste zich als het ware tussen deze categorieën in.

Het onderzoek naar de oorspronkelijke betekenis van een plaatsnaam dient altijd uit te gaan van de vroegste vermeldingen van die naam in de schriftelijke bronnen. Er kan soms een aanzienlijk verschil bestaan tussen de vorm van het toponiem op het moment van zijn ontstaan en die waaronder hij nu in dialect of standaardtaal bekend is. Hoe ouder de attestatie, hoe dichter hij bij het moment ligt waarop de naam is gevormd en hoe groter de kans om daardoor het woord of de woorden te kunnen identificeren die aan die vorming ten grondslag hebben gelegen. Oude vermeldingen kunnen ons bovendien dikwijls helpen meer inzicht te krijgen in de ontwikkeling die een naam heeft ondergaan sinds het moment van de naamvorming.

Van
Het voorzetsel ‘van’, zonder toevoeging van een lidwoord (van den, van der, van ‘t), duidt over het algemeen een herkomstnaam aan. Het gebruik gaat enerzijds terug op het gebruik van edellieden om zich naar de heerlijkheden te noemen die zij in bezit hadden (vgl. de Heren van Bergh, Heer Dirk van Wassenaer, enz.), en anderzijds komt het van oudsher voor dat men in documenten bij personen die van elders komen de plaats van herkomst vermeldde, zodat daar min of meer al sprake is van een ‘van’-naam in de knop.

Maar er zijn ook ‘van’-namen die evenals ‘van der’-namen een woonplek aanduiden. De combinatie van voorzetsel-achternaam maakte het in dat geval niet structureel noodzakelijk om er ook een lidwoord bij te hebben, of het lidwoord is er eenvoudigweg in het gebruik tussenuit gevallen.

Enkele jaartallen

1545-1563
Het Concilie van Trente gaf aan om een vaste toenaam (achternaam) aan te nemen.

23-08-1794
In België werd iedereen bij decreet van 6 Fructidor verboden een andere naam te voeren dan die vermeld stond in de geboorteakte.

18-08-1811
Bij keizerlijk decreet van Napoleon werd iedereen in Nederland, die nog geen geslachtsnaam had, bevolen binnen een jaar een geslachtsnaam aan te nemen. Velen namen dit niet ernstig met als gevolg geslachtsnamen die hun nageslacht in grote verlegenheid hebben gebracht. Anderen gaven er geen gehoor aan.

17-05-1813
Bij decreet werd de termijn voor geslachtsnaamaanneming verlengd tot 01-01-1814.

05-11-1825
Bij Koninklijk Besluit van Koning Willem I werd het bevel tot aannemen van een geslachtsnaam onder strafbedreiging herhaald. Hieruit volgden vele Registers van Naamsaanneming. Een akte van naamsaanneming uit het Register laat de aangever van de naam zien en de familienaam die gewenst wordt aan te nemen. Ook ziet men de namen van degenen voor wie opgetreden wordt, zoals broers, zusters, kinderen, kleinkinderen met hun leeftijd. Als laatste wordt deze akte ‘indien zulks geleerd hebbende’ ondertekend.
Deze registers zijn te raadplegen in de rijksarchieven, enkele streek- en gemeentearchieven. Het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) bezit een aantal van deze registers op microfiche.

1956
België heeft een ‘Repertoire belge des noms de famille’ op grond van de gegevens van de volkstelling van 31-12-1947.

1963-1988
Nederland begon eigenlijk pas na 1948, toen de Naamkundecommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) werd ingesteld. Het belangrijkste werk van deze akademie is het Nederlands repertorium van familienamen. Dit repertorium geeft een overzicht van de familienamen en de aantallen dragers van die familienamen, zoals opgegeven bij de Volkstelling van 31-05-1947

Tussen 1963 en 1988 is het repertorium in veertien delen uitgegeven. Een deel per provincie en drie afzonderlijke delen voor de steden Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

Bij het Meertens Instituut wordt een naamkundig project uitgevoerd met als doelstelling informatie te geven over de ontstaansgeschiedenis van de familienamen in Nederland. Op basis van de oudste gegevens worden de namen verklaard. Het namencorpus dat als uitgangspunt dient, is ontleend aan het Nederlands Repertorium van familienamen.