De Familie Van Katwijk — Een Reis door de Tijd
Stamboom familie Van Katwijk
Klik op een persoon voor meer informatie. Schuif horizontaal om de volledige tijdlijn te bekijken.
← Scroll om de volledige tijdlijn te zien →
Proloog: Een naam die de zee draagt
Ergens in de duinen van Katwijk aan Zee, waar de Noordzeewinden zout en scherp over de kuststrook blazen, begint dit verhaal. Het is een familieverhaal van bijna vier eeuwen — een verhaal van vissers en mollen aarsknechten, van timmerlieden en slagers, van katholicisme en calvinisme, van armoede en van oorlog. Het is het verhaal van de familie Van Katwijk, maar het begint niet eens met die naam. Het begint met een man die Grau heette.
Hoofdstuk I: Willem Jacobsz Grau — De visser van Katwijk (circa 1575–1633)
Rond 1575 wordt in het kustdorpje Katwijk aan Zee een jongen geboren. De Tachtigjarige Oorlog woedt al zeven jaar. Spaanse troepen trekken door Holland, en de Reformation heeft de kerk in rep en roer gezet. In dit onrustige klimaat ziet Willem Jacobsz Grau het levenslicht. Zijn achternaam — Grau, ook wel “Grauw” — betekent *grijs* in het oud-Hollands, en klinkt bijna als de kleur van de Noordzee zelf.
Over zijn jeugd is niets bewaard gebleven. Het oudste doopboek van de Katwijkse Andreaskerk begint pas in 1643, een halve eeuw te laat. Maar indirect laat Willem sporen na. Uit het Hoofdgeldregister van 1623 — een belastinglijst van Katwijk aan Zee — rijst zijn gezin op uit de schimmige middeleeuwen. Daar staat het, zwart op wit: “Willem Jacobsz Grau ende Neeltgen Claesdr sijn huijsvre met Dirck, Jacob, Claes, Crijntgen, Claesgen ende Trijn hare kinderen — 8 hoofden. In de kantlijn: onvermogent.“
Onvermogent. Geen middelen. Een arme visserfamilie met zes kinderen, woonachtig op enkele meters van de branding.
Willem is rond 1600 getrouwd met Neeltje Claesdr. Beiden waren vermoedelijk 25 jaar oud. Het huwelijk voltrok zich sober, zoals alles in Katwijk sober was. Na drie afkondigingen in de kerk stond het paar voor het koorhek van de Andreaskerk — de kerk die je ziet op het strand-schilderij van Adriaen van der Kabel, omgeven door duinen en de eindeloze vlakte van de Noordzee. De predikant sprak hen in, er klonken psalmen, en daarna was er roggebrood, gerookte haring en misschien wat bier.
Het leven van Willem wordt ook zichtbaar door zijn betrokkenheid bij de weeskamer. In 1630 en 1633 treedt hij op als voogd over wees-kinderen — een teken dat hij een betrouwbaar man van zijn dorp was. Hij zette geen handtekening onder die akten, maar een *merk*: een kruis, want lezen en schrijven waren hem niet vergund.
Zijn oudste dochter Trijn sterft in 1639, zijn kinderen Dirck en Crijngen in 1633. Zijn vrouw Neeltje verdwijnt uit de archieven zonder datum van overlijden. En Willem zelf? Hij wordt na 1633 niet meer vermeld. De zee, de ziekte of simpelweg de tand des tijds heeft hem opgeëist. Wat hij achterliet, was zijn naam — en zijn zoon Claes.
Hoofdstuk II: Claes Willemsz van Catwijck — De man die zijn dorp meedroeg (circa 1615–1686)
Claes wordt rond 1615 geboren als vijfde van zes kinderen van Willem en Neeltje. Hij groeit op in een Katwijk dat inmiddels een kleine maar hechte gemeenschap is van wellicht enkele honderden zielen, allemaal verbonden door netten en nets en het ritme van de haringvisserij.
In zijn jeugd worden er in Katwijk al meer dan 150 huizen door de zee verzwolgen. De zee geeft leven — vis, inkomsten, identiteit — maar ze neemt ook altijd iets terug. De vissers van Katwijk leven in een permanente onderhandeling met de Noordzee.
Dan doet Claes iets bijzonders: hij trekt weg.
Op 14 mei 1645 trouwt hij in Schiedam met Annetge Cornelisdr Bom, een jonge vrouw van 25 jaar, dochter van een Schiedamse familie. Maar de huwelijksverbintenis heeft een bijzondere religieuze twist: Claes is hervormd gedoopt en trouwt ook in de Nederduitsch Gereformeerde Gemeente. Annetge is echter doopsgezind — een vrije protestante stroming die de staatskerk wantrouwt. Desondanks trouwen ze samen in de Grote of Sint Janskerk van Schiedam, want de wereldlijke overheid treedt soepel op in zulke gemengde gevallen.
Schiedam is in die tijd een bloeiende havenstad. Langs de Lange Haven draaien de wieken van de jeneverbranderijen. Het is een stad van aanpakkers, arbeiders, handelaars en migranten. Claes past er in.
Hij vestigt zich aan de *Breedstraat*, koopt er in 1669 een huis, en wordt een herkenbare naam in de Schiedamse rechterlijke archieven: keer op keer duikt zijn naam op als nabuur bij onroerendgoedtransacties. Hij is de vaste buurman, de man die er altijd is.
Annetge werkt tussen 1651 en 1654 als binnenmoeder in het Sint Jacobs-Gasthuis van Schiedam — een tehuis voor armen, zieken en bejaarden. Ze is de dagelijkse leiding, bijgestaan door dienstmeiden. Het is een verantwoordelijke functie, die laat zien dat Annetge een vrouw van karakter is.
Samen krijgen ze slechts één kind dat overleeft: een zoon Willem. Een tweede kind sterft op 29 april 1676, nauwelijks een dag oud.
Claes sterft op 18 augustus 1686. Hij is ongeveer 71 jaar oud. Op het moment van zijn dood heeft zijn weduwe geen cent meer over: haar huis aan de Breedstraat wordt verkocht om schulden te voldoen, en zij ontvangt alimentatie vanuit het Sint Jacobs-Gasthuis — het gasthuis waar zij ooit zelf werkte.
Het is een pijnlijk einde voor een man die zijn dorp had losgelaten om iets nieuws te bouwen. Maar zijn naam reist verder. De naam Van Catwijck — een toponiem, een herkomstaanduiding — is voortaan de familienaam. Claes draagt zijn geboortedorp mee, zelfs al woont hij honderd kilometer verderop.
Hoofdstuk II: Claes Willemsz van Catwijck — De man die zijn dorp meedroeg (circa 1615–1686)
Claes wordt rond 1615 geboren als vijfde van zes kinderen van Willem en Neeltje. Hij groeit op in een Katwijk dat inmiddels een kleine maar hechte gemeenschap is van wellicht enkele honderden zielen, allemaal verbonden door netten en nets en het ritme van de haringvisserij.
In zijn jeugd worden er in Katwijk al meer dan 150 huizen door de zee verzwolgen. De zee geeft leven — vis, inkomsten, identiteit — maar ze neemt ook altijd iets terug. De vissers van Katwijk leven in een permanente onderhandeling met de Noordzee.
Dan doet Claes iets bijzonders: hij trekt weg.
Op 14 mei 1645 trouwt hij in Schiedam met Annetge Cornelisdr Bom, een jonge vrouw van 25 jaar, dochter van een Schiedamse familie. Maar de huwelijksverbintenis heeft een bijzondere religieuze twist: Claes is hervormd gedoopt en trouwt ook in de Nederduitsch Gereformeerde Gemeente. Annetge is echter doopsgezind — een vrije protestante stroming die de staatskerk wantrouwt. Desondanks trouwen ze samen in de Grote of Sint Janskerk van Schiedam, want de wereldlijke overheid treedt soepel op in zulke gemengde gevallen.
Schiedam is in die tijd een bloeiende havenstad. Langs de Lange Haven draaien de wieken van de jeneverbranderijen. Het is een stad van aanpakkers, arbeiders, handelaars en migranten. Claes past er in.
Hij vestigt zich aan de Breedstraat, koopt er in 1669 een huis, en wordt een herkenbare naam in de Schiedamse rechterlijke archieven: keer op keer duikt zijn naam op als nabuur bij onroerendgoedtransacties. Hij is de vaste buurman, de man die er altijd is.
Annetge werkt tussen 1651 en 1654 als binnenmoeder in het Sint Jacobs-Gasthuis van Schiedam — een tehuis voor armen, zieken en bejaarden. Ze is de dagelijkse leiding, bijgestaan door dienstmeiden. Het is een verantwoordelijke functie, die laat zien dat Annetge een vrouw van karakter is.
Samen krijgen ze slechts één kind dat overleeft: een zoon Willem. Een tweede kind sterft op 29 april 1676, nauwelijks een dag oud.
Claes sterft op 18 augustus 1686. Hij is ongeveer 71 jaar oud. Op het moment van zijn dood heeft zijn weduwe geen cent meer over: haar huis aan de Breedstraat wordt verkocht om schulden te voldoen, en zij ontvangt alimentatie vanuit het Sint Jacobs-Gasthuis — het gasthuis waar zij ooit zelf werkte.
Het is een pijnlijk einde voor een man die zijn dorp had losgelaten om iets nieuws te bouwen. Maar zijn naam reist verder. De naam *Van Catwijck* — een toponiem, een herkomstaanduiding — is voortaan de familienaam. Claes draagt zijn geboortedorp mee, zelfs al woont hij honderd kilometer verderop.
Hoofdstuk III: Willem Claesz van Catwijk — Schiedam, de kerk en de dood (1647–onbekend)
Op 25 januari 1647 wordt Willem gedoopt in de Grote of Sint Janskerk te Schiedam. Vier getuigen staan om de doopvont: twee mannen, twee vrouwen. De twee vrouwen zijn de halfzuster en zuster van zijn moeder — tekenen van innige familiebanden.
Willem groeit op in Schiedams havenmilieu. In 1671 trouwt hij met Cornelia Jansdr van der Bosch, ook uit de buurt. Bij hun huwelijksprocedure speelt de oom van Willem, Evert Gijse, een centrale rol: de ouders van Willem zijn er niet, maar Evert staat borg en bevestigt hun consent. Het is een prachtige illustratie van hoe in de zeventiende eeuw de uitgebreide familie als netwerk functioneerde.
Cornelia en Willem krijgen vijf kinderen. Het oudste, Claes, overlijdt als zuigeling. Dan Arijaantje, Jan, en Cornelis. En een naamloos kind dat op 28 juni 1688 wordt begraven — een dag nadat zijn moeder Cornelia wordt begraven. Moeder en kind sterven tegelijk, of nagenoeg tegelijk. Willem is 41 jaar oud en staat met drie overlevende kinderen achter.
Hij hertrouwt in 1693 met de 26-jarige Catharina Jacobs — en hier doet zich iets opvallends voor. Catharina is katholiek gedoopt. Zij is de dochter van Heijndrik Gerrits, vermoedelijk afkomstig uit Maastricht. Hoewel het kerkelijk huwelijk hervormd wordt voltrokken, zullen de kinderen uit dit tweede huwelijk in de Rooms-Katholieke schuilkerk van Schiedam worden gedoopt. De naam “Van Catwijk” maakt ineens een geloofssprong.
Hoofdstuk IV: Gerrit Willemsz van Catwijk — De katholiek van Schiedam (1697–circa 1728)
Op 14 april 1697 wordt Gerrit gedoopt in de Rooms-Katholieke statie van Schiedam — een schuilkerk achter gevels, onzichtbaar voor voorbijgangers. Zijn Latijnse doopnaam is *Gerardus, filius legitimus Gulielmi van Catwijk et Catharinae Gerrits.* De kerk mag formeel niet bestaan, maar doopt vrolijk verder.
Gerrit is de vijfde generatie van deze familie. En voor het eerst wordt het geloof een gelaagd verhaal: zijn vader is hervormd getrouwd, zijn moeder is katholiek. De kinderen worden katholiek gedoopt. In zeventiende-eeuws Holland was dit geen zeldzaamheid — de overheid keek weg zolang de schuilkerken niet te zichtbaar werden.
Gerrit trouwt omstreeks 1722 met Maartje Dominicusdr van der Hoeven. Maar het is een mysterieuze verbintenis: in geen enkel kerkregister van Schiedam is hun huwelijk terug te vinden. Niet hervormd, niet katholiek, niet oud-katholiek, niet Waals. Mogelijk zijn ze doopsgezind, of hebben ze simpelweg buiten de geregistreerde kerken gesloten wat er viel te sluiten.
Gerrit sterft jong — ergens tussen 1723 en 1729 — en laat Maartje achter als weduwe. In 1729 koopt zij als weduwe een huis aan het Broersveld. Ze zal nog tot 1763 leven.
De twee zonen van Gerrit en Maartje — Willem en Dominicus — worden pas op 24- en 20-jarige leeftijd gedoopt in de Hervormde Kerk. Een late bekering, of een late formaliteit? Mogelijk waren ze helemaal niet eerder gedoopt en kozen ze als jongvolwassenen bewust voor de gereformeerde gemeenschap — misschien omdat een huwelijk in zicht was.
Hoofdstuk V: Dominicus “Minnekus” Gerritsz van Katwijk — De bekeerling (1724–1778)
Dominicus — roepnaam *Minnekus*, een volkse verkorting — wordt op 24 november 1747 gedoopt in de Grote of Sint Janskerk, als 20-jarige jongeman. Het is een volwassenendoop, uitzonderlijk in gereformeerde kringen, maar niet onmogelijk als teken van bekering.
Drie jaar later trouwt Dominicus met Lijsbet Hendriksdr Wouterse. Bij het huwelijk staan beiden weduwe-moeders als getuigen — een intieme scène die het gewicht van verlies en continuïteit samenbrengt. Dominicus’ moeder Maartje van der Hoeven staat er, en Lijsbets moeder Helena de Mooij. Twee weduwen die hun kinderen zegenen.
Dominicus leeft zijn hele leven in Schiedam, in de buurt van de havens en de branderijen. Op de Korte Achterweg sterft hij op 20 oktober 1778. Hij is 54 jaar oud. Zijn vrouw Lijsbet was hem al twee jaar eerder voorgegaan, op 47-jarige leeftijd.
Hij laat vijf kinderen na, van wie er twee jong sterven. Zijn oudste zoon Gerrit zal de lijn voortzetten.
Hoofdstuk VI: Gerrit Dominicusz van Katwijk — De vader van een groot gezin (1751–1798)
Gerrit wordt op 15 oktober 1751 gedoopt in diezelfde Grote Kerk. Getuigen zijn zijn oom Willem Gerritsz van Katwijk en diens vrouw. De namen worden doorgegeven als schakels in een keten.
Op 7 januari 1776 trouwt Gerrit met Anna Fransdr Hasselaar. Zijn vader Dominicus is er als getuige bij, wat de generaties symbolisch samenbrengt in één moment.
Gerrit en Anna krijgen zeven kinderen. Maar de dood is een regelmatige bezoeker: Dominicus sterft op 2-jarige leeftijd. Frans op 6-jarige leeftijd. Cornelis op 1-jarige leeftijd. Gerrit junior haalt zijn eerste verjaardag niet.
Van de zeven kinderen overleven er drie volwassenheid: Elizabeth, Cornelia en Frans — de jongste. Anna sterft in 1796, slechts 43 jaar oud. Gerrit volgt haar in 1798, op 46-jarige leeftijd. Hij laat zijn kinderen achter als halve wezen, de jongste nauwelijks dertien jaar oud.
De doodsoorzaken zijn onbekend. Maar Schiedam in de late achttiende eeuw is een stad van armoede, ongezond water en dichte bebouwing. Koorts, dysenterie, kraamkoorts — de dood heeft vele namen en wacht geduldig.
Hoofdstuk VII: Frans Gerritsz van Katwijk — Van Schiedam naar Rotterdam (1785–1844)
Frans wordt op 23 oktober 1785 gedoopt. Hij is de jongste van de overlevende kinderen van Gerrit en Anna. Als zijn vader sterft in 1798, is Frans dertien jaar oud. Als zijn moeder twee jaar eerder sterft, is hij elf.
Hij groeit op als wees in Schiedam, in het tijdperk van de Franse bezetting. Napoleon verandert alles: in 1811 voert hij de *burgerlijke stand* in. Voortaan zijn geboorten, huwelijken en overlijdens staatszaken, geen kerkelijke. De patroniemen — Gerritsz, Willemsz — verdwijnen. Vaste familienamen worden wettelijk verplicht. De naam *Van Katwijk* is niet langer een informele herkomstaanduiding maar een officiële achternaam.
Frans trouwt in 1809 met Margaretha Bijl. Ze zijn arm: de akte vermeldt een *verklaring van armoede*, waardoor ze vrijgesteld zijn van trouwbelasting. Direct na het huwelijk trekken ze weg uit Schiedam — eerst naar Delfshaven, dan naar Rotterdam.
Frans wordt molenaarsknecht, later timmermansknecht, later timmerman. Hij en Margaretha krijgen elf kinderen. Niet allemaal overleven ze. Neletta Johanna sterft op zeventienjarige leeftijd in 1848, vermoedelijk een slachtoffer van de cholera-epidemie die Rotterdam dat jaar teistert.
Zijn kinderen waaieren uit. Zijn dochters worden dienstbodes en naaisteressen. Zijn zonen timmerlieden, kleine ambachtslieden. En één van hen, Frans junior, gaat na de dood van zijn eerste vrouw naar *Soerabaja*, hoofdstad van Oost-Java, waar hij samenleeft met een inlandse vrouw genaamd Kasima en sterft in 1874.
Frans Gerritsz zelf sterft op 1 september 1844, 58 jaar oud, in het huis van zijn dochter Johanna aan de Nieuwemarkt in Rotterdam. Hij wordt er verpleegd in zijn laatste dagen. Zijn levenslang op de been, van vis naar molen naar timmerhout, eindigt stil aan de Nieuwemarkt.
Hoofdstuk VIII: Arij Pieter van Katwijk — De timmerman die het leven soms verloor (1822–1884)
Op 12 november 1822 wordt Arij Pieter geboren aan de Coolsingel te Rotterdam. Zijn vader, Frans, doet twee dagen later aangifte bij de burgerlijke stand — een nieuwe, moderne daad in een nieuwe, moderne wereld.
Arij Pieter is geen abstracte figuur. We kennen zijn gezicht: uit het *militieregister* weten we dat hij 1,735 meter lang was, een ovaal gezicht had, een grote neus, een spitse kin, blond haar en bruine ogen. Hij is een echte man, met een lichaam en een verschijning.
In 1846 trouwt hij met Catharina Franzen, een 33-jarige naaister geboren in *Coblenz*, Duitsland. Een internationale verbintenis! De huwelijksakte bevat maar liefst tien bijlagen, waaronder een vertaling uit het Duits. Catharina is katholiek; Arij Pieter hervormd. Ze leven 18 jaar samen, kinderloos, op meerdere adressen in het arbeidersmilieu van Rotterdam. In 1864 sterft Catharina op 51-jarige leeftijd aan de Korte Baanstraat.
Arij Pieter hertrouwt in 1866 met de 24-jarige *Maaike Rombout*, 20 jaar jonger dan hij. Ze wonen in de Raamstraat — een buurt waar aan de aangrenzende Zandstraat kleine prostitutie opbloeit. Het leven is er rauw en levensecht.
Maar hun huwelijk breekt. Maaike vertrekt in 1870 als inwonende dienstbode mee met de familie Van IJssel Groothuis naar Zaandam. Arij Pieter blijft achter in Rotterdam. Ze leven van tafel en bed gescheiden, maar zijn formeel nooit gescheiden. In de Zaanstreek baart Maaike hun kinderen: Dirk (1871), Simon (1873), Margaretha (1876), Machiel (1878), Albert (1880) en Geurtje (1883). Arij Pieter is er niet bij — of nauwelijks.
De laatste jaren van zijn leven woont Arij Pieter op een woonschip aan de Rotte. De man met de grote neus en de bruine ogen, die ooit aan de Coolsingel werd geboren en heel Rotterdam heeft doorgetrokken, sterft op 12 september 1884 vermoedelijk in het Stadsarmhuis aan de Baan. Hij is 61 jaar oud en straatarm.
Maaike sterft vijf jaar later, op 9 februari 1889, in Zoeterwoude. Ze is 47 jaar oud. Ze heeft de laatste jaren samengewoond met Dirk Botterman, een houtzager. Haar kinderen groeien op bij Dirk. Als Maaike sterft, trouwt Dirk met een andere vrouw.
Twee mensen die elkaar vonden, maar nooit meer echt samen waren. Twee mensen die een groot gezin verwekten terwijl ze de wereld van Holland doorkruisten. En zes kinderen die opgroeien zonder beide ouders.
Hoofdstuk IX: Dirk van Katwijk — De houtzager van Zaandam tot Amsterdam (1871–1942)
Op vrijdag 28 juli 1871, om zes uur ’s ochtends, wordt Dirk geboren in de Westzijde 559 te Zaandam. Zijn vader is er niet bij — Arij Pieter woont nog in Rotterdam. De vroedvrouw Antje Geertsema doet aangifte, samen met twee politieagenten.
Dirk groeit op zonder zijn vader. Na de dood van zijn moeder Maaike in 1889 woont hij bij Dirk Botterman in Zoeterwoude. Hij wordt houtzager — hetzelfde beroep als Botterman. In 1897 trouwt hij in Alkemade met de 21-jarige Johanna Dorst, dochter van een schipper uit de Haarlemmermeer.
Ze zijn een mooi stel. Er bestaat een verlovingsfoto, genomen in een Leids fotostudio. Dirk staat rechtop met zijn zondagse kleding, Johanna zit naast hem met een zekere rust in haar ogen. De foto heeft meer dan een eeuw overleefd, doorgegeven van hand tot hand, van Nederland naar Canada.
Dirk en Johanna vestigen zich in Amsterdam, aan de Wilhelminastraat 100. Ze blijven er 42 jaar. In 1909 wordt hun eerste zoon geboren: Corstiaan Dirk. In 1910 de tweede: Jacobus Leendert Johannes, die later als cabaretier en conferencier *Kostja* zal heten.
In 1934 verhuizen Dirk en Johanna naar Weesp. Dirk sterft er op 5 augustus 1942, op 71-jarige leeftijd — midden in de Tweede Wereldoorlog, net op tijd voor het ergste.
Johanna overleeft alles. Ze wordt 88 jaar oud en sterft in 1964 in het bejaardencomplex Amstelhof aan de Amstel in Amsterdam. Haar kamer kijkt uit over het water. Het gebouw is nu een museum.
Hoofdstuk X: Corstiaan Dirk van Katwijk — Het tragische einde (1909–1945)
Op zaterdag 24 juli 1909, om half twee ’s middags, wordt Corstiaan Dirk geboren aan de Wilhelminastraat 100 te Amsterdam. Zijn vader doet dezelfde dag nog aangifte — een bewuste, betrokken daad.
Corstiaan groeit op in Amsterdam-West. De straten zijn nieuw, het leven modern. Maar de jaren dertig brengen de Grote Depressie. Corstiaan is slager van beroep, dan elektricien, dan niets. In 1940 wordt hij betrapt op het frauduleus trekken van crisissteun — hij stempelt voor een uitkering maar verdient ook wat bij. Een politierapport in het gemeentearchief bewaart dit moment van kleine wanhoop.
In 1935 trouwt hij met Hendrika Schlichting, 19 jaar oud en dochter van Duitse ouders — de Schlichtings kwamen uit Duitsland. Het is een nuchter huwelijk: Hendrika is zes maanden zwanger als ze trouwen. Ze zijn jong, ze zijn arm, ze zijn in liefde.
Ze krijgen vier kinderen: Hannie (1935), Guus (1937), Corstiaan Dirk junior (1940) en Ruud (1942). Ze verhuizen meerdere malen door Amsterdam, van het ene huurhuis naar het andere. In 1941 trekken ze naar Zwanenburg, in een nette twee-onder-een-kapwoning aan de Matthijs Sterklaan 7.
Dan wordt Corstiaan Dirk ingezet als tewerkgestelde arbeidskracht. Op 14 november 1940 gaat hij op transport naar Elbing (het huidige Elbląg) in door Duitsland bezet Polen, om te werken bij de scheepsbouwfabriek Schichau. Bijna 1300 kilometer van huis. Hij verdient 18 gulden per week.
Hij keert terug. De oorlog sleept zich voort. De winter van 1944–1945 is de *Hongerwinter* — voedseltekorten, razzia’s, angst. Mannen tussen 16 en 40 worden opgepakt voor dwangarbeid.
Op zondagmiddag 28 januari 1945 fietst Corstiaan Dirk van Zwanenburg naar Haarlem. Mogelijk is hij op zoek naar eten. Ergens langs de weg wordt hij neergeschoten door een Duits soldaat. Om zes uur ’s avonds sterft hij in het Sint Elisabeth Gasthuis te Haarlem. Hij is 35 jaar oud.
Zijn overlijdensakte vermeldt de doodsoorzaak: *schotwond.*
Hij laat Hendrika achter met vier kinderen. De jongste, Ruud, is nauwelijks twee jaar oud.
Epiloog: De naam leeft verder
Corstiaan Dirk van Katwijk is begraven in Zwanenburg. Zijn grafsteen staat er nog. In krantenadvertenties van februari 1945 kondigt zijn familie zijn dood aan — klein lettertype, sober, zoals alles in oorlogstijd.
Hendrika Schlichting overleeft alles. Ze sterft op 22 december 1992, 76 jaar oud, aan leukemie, in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam. Ze heeft haar man 47 jaar overleefd.
De kinderen groeien op, trouwen, verhuizen. Guus — Gustav Hendrik Jacobus, de vader van de genealoog die deze website bouwde — sterft in 2017 in Kwadijk en wordt gecremeerd in Purmerend. Ruud trouwt tweemaal en woont uiteindelijk in Zuid-Afrika.
Van een vissersfamilie in Katwijk aan Zee tot een slager die sterft langs de weg naar Haarlem. Van de Tachtigjarige Oorlog tot de Tweede Wereldoorlog. Van patroniemen als *Jacobsz* en *Claesdr* tot vaste namen als *Van Katwijk*, wettelijk ingevoerd door Napoleon. Van doopregisters in schuilkerken tot geboorteakten op het stadhuis.
Tien generaties. Vier eeuwen. Een naam die begon als de naam van een dorp aan de kust, en die nu leeft in mensen die over de hele wereld zijn verspreid.
De zee heeft het begonnen. De geschiedenis heeft het voortgedragen.
Dit verhaal is gebaseerd op de genealogische website www.geneavankatwijk.nl en de aldaar gepubliceerde archiefonderzoeken, doopakten, huwelijksakten, overlijdensakten, hoofdgeldregisters, rechtelijke archieven en persoonlijke documenten
